0

De Gelatene 

Ik open het raam en laat het najaar binnen, 
Het onuitsprekelijke, het van weleer 
En van altijd. Als ik één ding begeer 
Is het: dit tot het laatst beminnen. 

Er was in dit leven niet heel veel te winnen. 
Het deert mij niet meer. Heen is elk verweer, 
Als men zich op het wereldoude zeer 
Van de miljarden voor ons gaat bezinnen. 

Jeugd is onrustig zijn en een verdwaasd 
Hunkren naar onvergankelijke beminden, 
En eenzaamheid is dan gemis en pijn. 

Dat is voorbij, zoals het leven haast. 
Maar in alleen zijn is nu rust te vinden. 
En dan: 't had zoveel erger kunnen zijn. 

 

J.C. Bloem

 

Bedachtzaam gekomen

Wervelende atmosferen zijn hier niet
Hier in het hart van de cycloon
Waar jij jouw hand legt op de mijne
En bedachtzaam vraagt:

"Wil jij dit wel voor mij doen?"

Ik breek mijn hart
Het bloed stroomt in de schaal
Die jij mij voorhoudt

Is dit sterven?
Is dit liefde?

Ik wend mij af
En ga de weg alleen af
Naar waar de wind begint.

Uit: `Er weet van hebben` van P.L.L. van der Mark

 

 

Vermaning

Wat klaagt ge, o zwakke ziel, nu de zon gaat dalen?
De dag was lang en heet, en zijn geluk niet veel
Maar laat den ijdelen hun vege zegepralen:
Beetren' zijn heengegaan, en met een minder deel.

Een kwatrijn van J.C. Bloem